Marco Borsato boet in aan popstatus, Ilse DeLange nu meest populair

Bron: persbericht Cultuursector Merkenonderzoek 2006-2020; foto: Rinse Fokkema

Veertien jaar lang wisselden Marco Borsato en Guus Meeuwis elkaar af als populairste Nederlandse artiest. Ilse DeLange doorbreekt deze hegemonie mede door haar televisiedeelname als jurylid van The Voice en het succes van haar Voice-pupil Duncan Laurence bij het Eurovisie Songfestival 2019. Dit blijkt uit het Cultuursector-Merkenonderzoek van Hendrik Beerda Brand Consultancy. Sinds 2006 wordt onderzoek gedaan naar de merkkracht van de Nederlandse muzieksector waaraan 98.000 Nederlanders hebben deelgenomen.

Schermtijd cruciaal voor succes artiest
‘Deelname aan tv-programma’s is van levensbelang voor de carrière van een artiest. Hoe vaker in beeld, hoe groter het verschil’, aldus merkadviseur Hendrik Beerda op basis van de onderzoeksresultaten. ‘Uiteraard begint het met goed zijn in wat je doet, liedjes schrijven en zingen. Maar het échte succes volgt pas wanneer je vaak op het netvlies komt van de kijker. Ilse DeLange stond al sinds 2008 hoog in de ranking van populairste artiesten, maar piekte pas echt na haar deelname als jurylid van The Voice en het succes van haar Voice-pupil Duncan Laurence bij het Eurovisie Songfestival 2019.’

Vakmanschap Marco Borsato onder druk
‘Opvallend in het onderzoek is dat Borsato in de afgelopen 2 jaar niet alleen veel minder sympathiek is geworden bij vooral vrouwen, maar dat zijn imago ook is gekelderd op de andere onderzoeksfactoren die betrekking hebben op zijn vakbekwaamheid. Na het herstel van zijn burn-out is een charmeoffensief noodzakelijk, waarin de grote televisieprogramma’s een belangrijke rol moeten gaan spelen.’

Populairste zangers (m/v) in 2020 + hun positie in 2006

  1. (-) Ilse DeLange
  2. (1) Marco Borsato
  3. (2) Guus Meeuwis
  4. (-) Nick & Simon
  5. (3) Anouk

Krezip direct na comeback in de nationale top
Na hun pauze van tien jaar is het Krezip direct gelukt om weer de nationale top te bereiken. Terwijl de Tilburgse band voor hun afscheid in 2009 nog genoegen moest nemen met de vijfde positie op de ranglijst van favoriete bands, staan ze nu een plaats boven Di-rect.

Populairste muziekgezelschappen in 2020 + hun positie in 2006

  1. (1) Bløf
  2. (2) Golden Earring
  3. (3) De Dijk
  4. (-) Krezip
  5. (5) DI-RECT

Alleen Kensington en Krezip kunnen status quo doorbreken
Als het Nederlandse publiek wordt gevraagd naar de toekomst van de Nederlandse muziekgezelschappen, dan gooien Kensington en Krezip de hoogste ogen. Maar ook van de oude garde verwachten de fans nog veel. Bløf en Di-rect gaan naar verwachting nog verder groeien in populariteit. Alleen Golden Earring, dat volgend jaar zijn 40-jarig jubileum viert, en De Dijk hebben volgens het publiek hun beste tijd gehad.

Muziekgezelschappen met de hoogste, verwachte populariteitsgroei in de komende 2 jaar

  1. Kensington
  2. Krezip
  3. Bløf
  4. DI-RECT
  5. Concertgebouworkest

Concertgebouworkest nummer 5 onder de verwachte stijgers
Verrassende nummer vijf onder de verwachte stijgers in populariteit is het Concertgebouworkest. ‘Ondanks dat de klassieke muzieksector last heeft van een vergrijzend imago laat deze positie zien dat de Nederlandse bevolking veel vertrouwen heeft in de toekomst van het Concertgebouworkest’, zegt adviseur Beerda. ‘Uit het onderzoek blijkt verder dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich sterker dan ooit profileert in het totale Nederlandse muzieklandschap. Op de ranglijst van populairste muziekgezelschappen staat het Rotterdams Philharmonisch nu op plaats elf, direct achter het Amsterdamse Concertgebouworkest.’

Onderzoek onder 98.000 respondenten sinds 2006
Het Cultuursector Merkenonderzoek is in 2006 met de Universiteit van Amsterdam ontwikkeld. Sindsdien zijn 98.000 respondenten ondervraagd over het draagvlak van de Nederlandse cultuursector en over de waardering en reputatie van alle cultuurinstellingen, kunstenaars en artiesten. Het onderzoek wordt in eigen beheer uitgevoerd en heeft dus geen opdrachtgever of andere belanghebbende.

Waarde cultuursector nog nooit zo sterk gevoeld

Bron: persbericht Cultuursector Merkenonderzoek Nederland 2020

Juist in deze tijd waarin een bezoek aan een museum of theater even niet kan, missen we onze cultuurhuizen het meest. Vooral de drie grote muziektempels in Amsterdam Zuidoost worden node gemist. Maar naast de Ziggo Dome, Johan Cruijff ArenA en AFAS Live, geldt dit ook voor de Rotterdamse Ahoy en het Utrechtse TivoliVredenburg. Dit blijkt uit de 8e nationale editie van het Cultuursector-Merkenonderzoekvan Hendrik Beerda Brand Consultancy. Buiten de Randstad kunnen we niet wachten om het Openluchtmuseum in Gelderland weer te bezoeken.

Podia die we het liefst zo snel mogelijk weer open zien (gemiddelde Nederlander 18+ jaar)

  1. Ziggo Dome
  2. Rotterdam Ahoy
  3. Johan Cruijff ArenA
  4. AFAS Live
  5. TivoliVredenburg
  6. Het Concertgebouw
  7. Paradiso
  8. GelreDome
  9. Koninklijk Theater Carré
  10. AFAS Circustheater

Openluchtmuseum voor Gelderlander even belangrijk als het Van Gogh voor Noord-Hollander
Dat de passie voor cultuur zich zeker niet beperkt tot de Randstedelijke organisaties laten de onderzoeksresultaten ook zien. Zo is het draagvlak onder de Gelderse bevolking voor het Openluchtmuseum in Arnhem net zo sterk als dat van het Van Gogh Museum onder Noord-Hollanders. En Groningers houden net zo veel van De Oosterpoort als Zuid-Hollanders van Ahoy.

Favoriete podia, musea en monumenten per provincie (gemiddelde provinciebewoner 18+)

  • Drenthe: Kamp Westerbork, Openluchtmuseum Ellert en Brammert, Drents Museum
  • Flevoland: Aviodrome, Batavialand, Museum Schokland
  • Friesland: De Harmonie, De Lawei, Fries Museum
  • Gelderland: Nederlands Openluchtmuseum, Kröller-Müller Museum, Paleis Het Loo
  • Groningen: Martinitoren, MartiniPlaza, Groninger Museum
  • Limburg: MECC Maastricht, Kasteel Hoensbroek, Bonnefantenmuseum
  • Noord-Brabant: 013, Nationaal Monument Kamp Vught, Oorlogsmuseum Overloon
  • Noord-Holland: Anne Frank Huis, Rijksmuseum, Carré
  • Overijssel: Museum de Fundatie, Rijksmuseum Twenthe, Theaterhotel Almelo
  • Utrecht: Het Spoorwegmuseum, Domtoren, TivoliVredenburg
  • Zeeland: Deltapark Neeltje Jans, Watersnoodmuseum, Stoomtrein Goes-Borsele
  • Zuid-Holland: Rotterdam Ahoy, Luxor Theater Rotterdam, Naturalis

Kleinste musea en podia hebben een extreem loyale achterban
Dat ook de kleine cultuurhuizen een grote maatschappelijke waarde hebben, wordt ook duidelijk met onderzoekscijfers. Gemiddeld geeft het cultuurpubliek aan het bezochte museum of podium het rapportcijfer 8,4. Bij de kleinere cultuurhuizen ligt deze beoordeling vaak zelfs nog iets hoger, dankzij de speciale band die de bezoekers ermee hebben en de intieme sfeer. Het herhaalbezoek ligt bij deze organisaties dan ook op een bijzonder hoog niveau.

Onderzoek onder 3.450 respondenten
Het Cultuursector Merkenonderzoek is in 2006 met de Universiteit van Amsterdam ontwikkeld. Voor het onderzoek van 2020 zijn 3.450 respondenten in twee fasen ondervraagd. Eerst is de spontane bekendheid van alle organisaties en professionals in de Nederlandse cultuursector onderzocht. Daarna is voor de 150 bekendste namen in detail navraag gedaan naar hun geholpen bekendheid, waardering, binding, merkpersoonlijkheid, merkprestatie, bezoek(intentie) en groeipotentie. Elk merk is op 40 factoren onderzocht.

Cultuursector Merkenonderzoek met BrandAlchemy™

Sinds 2006 voert Hendrik Beerda Brand Consultancy grootschalig onderzoek uit in de cultuursector met het merkenmodel BrandAlchemy™. Het Cultuursector Merkenonderzoek meet de merkpositie van alle cultuurorganisaties en -professionals, onder jongeren (4 tot 18 jaar) en volwassenen (18+). Het onderzoek is met de Universiteit van Amsterdam ontwikkeld.

Uitvoering van het Cultuursector Merkenonderzoek
Jaarlijks worden alle merken in de Nederlandse cultuursector met BrandAlchemy™ onderzocht. Het nationale cultuuronderzoek onder volwassenen (18+) vindt sinds 2006 tweejaarlijks plaats in de even jaren. De 150 topmerken van de Nederlandse cultuursector worden dan op 40 factoren gemeten: spontane bekendheid, merkkracht (= bekendheid, waardering en binding), merkpersoonlijkheid (16 factoren), merkprestatie (17 factoren), bezoekintentie, bezoek en groeiverwachting.
 In de oneven jaren wordt het nationale onderzoek onder jongeren (4 tot 18 jaar) uitgevoerd. Ook wordt in de oneven jaren onder volwassenen (18+) per provincie een verdiepingsonderzoek uitgevoerd naar het draagvlak van alle cultuurorganisaties en de waardering voor het provinciale cultuuraanbod. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt met de andere vormen van vrijetijdsbesteding in de dagattractie-, evenementen- en sportsector.

Matching met het Sponsor Merkenonderzoek
Door het matchen van de onderzoeksresultaten van het Cultuursector Merkenonderzoek met de resultaten van het Sponsor Merkenonderzoek is het mogelijk om in kaart te brengen welke culturele merken het best aansluiten bij welke sponsors. Deze analyse kan voor verschillende doelgroepen worden uitgevoerd.

Gebruiksmogelijkheden van het Cultuursector Merkenonderzoek
Het onderzoek biedt waardevolle informatie voor de aanscherping van de organisatiestrategie, het marketingbeleid en de sponsorbenadering. Concrete analyseresultaten zijn:

  • Sterkten, zwakten en groeikansen van uw merk(en) onder verschillende doelgroepen en ten opzichte van de ‘concurrentie’, op basis van onderzoeksgegevens vanaf 2006
  • Praktisch advies voor merkversterking, bezoekersgroei en het gebruik van de analyseresultaten bij sponsor- en/of subsidiewerving
  • Selectie van (sponsor)partners die – wat betreft merkkracht en reputatie – het best aansluiten bij uw merk(en)

Podia in wurggreep door publiekslimiet

Het podium waar de Nederlander het liefst naartoe wil, Ziggo Dome, heeft capaciteit voor 17.000 bezoekers. Door de coronamaatregelen mogen in juni echter slechts 30 man naar binnen. Ook voor kleinere theaters en muziekpodia betekent de versoepeling van de coronamaatregelen geen oplossing. Een rendabele exploitatie is met zo’n beperkt publiek niet mogelijk. Het goede nieuws is dat de bezoekers loyaal blijven aan de podia, wat blijkt uit grootschalig onderzoek van Hendrik Beerda Brand Consultancy. Drie kwart zegt na heropening evenveel of zelfs meer dan vorig jaar naar een concert of voorstelling te gaan. En financiële zorgen door de coronacrisis vormen vooralsnog geen belemmering om een kaartje te kopen. Bekijk hier het onderzoeksrapport.

Samen met Rotterdam Ahoy en de Johan Cruijff ArenA vormt de Amsterdamse Ziggo Dome de top 3 van meest gewilde concertlocaties. Voor een avondje theater gaat de Nederlander het liefst naar Carré of het Haagse Circustheater. Alle theaters en muziekpodia in de top 10 hebben ruimte voor minimaal 1.500 man, wat in schril contrast staat met de publiekslimiet van 30 personen in juni en het maximumaantal van 100 mensen in juli.

Podia die Nederlanders het liefst weer willen bezoeken + hun publiekscapaciteit

  1. Ziggo Dome (17.000 bezoekers)
  2. Rotterdam Ahoy (16.500)
  3. Johan Cruijff ArenA (54.990)
  4. AFAS Live (6.000)
  5. TivoliVredenburg (2.000 in grote zaal)
  6. Het Concertgebouw (2.000 in grote zaal)
  7. Paradiso (1.500 in grote zaal)
  8. GelreDome (34.000)
  9. Koninklijk Theater Carré (1.756)
  10. AFAS Circustheater (1.840)

Bron: Cultuursector Merkenonderzoek 2020 onder 3.450 Nederlanders boven 18 jaar

Financiële zorgen door coronacrisis vooralsnog geen belemmering voor podiumbezoek
Uit het onderzoek blijkt ook dat de financiële onzekerheid door de coronacrisis weinig invloed heeft op het verwachte bezoek aan theaters en muziekpodia. ‘Een kwart van de podiumbezoekers verwacht een flinke inkomensdaling door de coronacrisis’, aldus merkadviseur Hendrik Beerda. ‘Toch laat het onderzoek zien dat deze financiële onzekerheid nauwelijks invloed heeft op het bezoek na heropening. Kennelijk kijken de liefhebbers zó uit naar een avondje uit dat de financiën voorlopig geen rol spelen.’

Coronavrees podiumbezoeker vooral om afstand tot medebezoekers en drukte in de zaal
In het onderzoek zegt 7 op de 10 concert- en theatergangers na de heropening nog minstens een maand te wachten met het eerste bezoek. Musicalliefhebbers verwachten het langst te wachten met hun eerste bezoek. De zorgen hebben vooral te maken met de afstand die de andere bezoekers bewaren en de drukte in de zaal. 65-plussers maken zich veel meer zorgen om het gebruik van het toilet, het aantal bezoekers bij de entree en het gebruik van de deurklinken en trapleuningen.

Belangrijkste belemmeringen om podia na heropening weer te bezoeken
(index, hoogste score = 100; eerst gegeven antwoord heeft 3 punten gekregen, het 2e antwoord 2 punten en het 3e 1 punt)

  1. Afstand tot andere bezoekers (index: 100)
  2. Aantal bezoekers in de zaal (86)
  3. Aantal bezoekers bij de ingang (47)
  4. Beperkte ruimte in klein theater/podium (43)
  5. Gebruik van het toilet (40)

Bron: aanvullend onderzoek onder 3.859 Nederlanders boven 18 jaar

Onderzoek onder 7.309 respondenten
In totaal zijn 7.309 Nederlanders ondervraagd om inzicht te krijgen in a. de bezoekintentie van de podia, b. de snelheid waarmee men weer podia verwacht te gaan bezoeken na heropening, c. het verwachte effect van de coronacrisis op de bezoekfrequentie, d. de belemmeringen bij het weer gaan bezoeken van podia en e. het verwachte inkomenseffect. Het onderzoek heeft geen opdrachtgever en is met de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Twente ontwikkeld.

79% van de bezoekers gaat evenveel of vaker naar musea na heropening

Bron: persbericht extra corona-editie Cultuursector Merkenonderzoek 2020

Met anderhalve meter afstand en een gereserveerd kaartje kunnen Nederlanders vanaf 1 juni weer van de musea genieten. Maar liefst 79 procent van de liefhebbers zegt na heropening weer evenveel of zelfs vaker naar een museum te gaan. 58 procent wacht echter meer dan een maand met het eerste bezoek. Aarzelingen zijn er vooral over de afstand tot de medebezoekers en de verwachte drukte in de musea. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek van Hendrik Beerda Brand Consultancy. Bekijk hier het onderzoeksrapport.

22% komt direct na heropening, 58% wacht meer dan een maand
Ondanks het enthousiasme om weer op museumbezoek te gaan na de sluiting sinds 12 maart, zegt toch 6 op de 10 museumliefhebbers nog meer dan een maand te wachten. In de Randstad is het aandeel directe bezoekers veruit het hoogst, waarbij Amsterdam met 40 procent de kroon spant. Twee derde van de museumbezoekers uit de oostelijke en zuidelijke provincies verwacht echter een museumbezoek langer dan een maand na heropening uit te stellen.

55-plussers zien toiletgebruik als groter probleem, vrouwen de deurklinken en trapleuningen
Veruit de belangrijkste redenen van het bezoekuitstel zijn zorgen rond de afstand tot de medebezoekers en de verwachte drukte in de museumzalen en bij de entree. Onder 55-plussers vormt het toiletgebruik een veel grotere belemmering, als ook de drukte. Ook over het aanraken van deurklinken en trapleuningen heeft de ouderendoelgroep meer zorgen. Voor vrouwen betekenen de deurklinken en trapleuningen in musea een veel groter obstakel dan voor mannen.

‘Het is belangrijk dat de musea goed inspelen op de aarzelingen die de bezoekers nog hebben. Door de genomen voorzorgsmaatregelen goed te communiceren kunnen veel zorgen worden weggenomen. De Museumvereniging heeft voor de musea een protocol opgesteld. Musea kunnen aangeven dat ze dit protocol volgen en de bezoekers zo geruststellen’, aldus merkadviseur Hendrik Beerda. ‘Hierbij is het aan te raden om goed te kijken naar het bezoekersprofiel van het museum. Uit het onderzoek blijkt dat de zorgen onder ouderen bijvoorbeeld heel anders zijn dan onder jongeren.’

Belangrijkste belemmeringen om musea na heropening weer te bezoeken
(index, hoogste score = 100; eerst gegeven antwoord heeft 3 punten gekregen, het 2e antwoord 2 punten en het 3e 1 punt)

  1. Afstand tot andere bezoekers (index: 100)
  2. Aantal bezoekers in de museumzalen (79)
  3. Aantal bezoekers bij de ingang (64)
  4. Beperkte ruimte in klein museum (51)
  5. Aanraken deurklinken/trapleuningen (43)
  6. Gebruik van het toilet (39)
  7. Kosten van het bezoek (38)
  8. Minder prettige sfeer in het museum (29)
  9. Vervoer van/naar een museum (27)
  10. Andere belemmering(en) (14)
  11. Gebruik van de museumhoreca (12)
  12. Afstand tot museummedewerkers (10)
  13. Gebruik van de garderobe (6)

Onderzoek onder 3.859 respondenten
Het onderzoek is met de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Twente ontwikkeld. In totaal 3.859 respondenten zijn  ondervraagd, waarvan 2.547 aangaven museumbezoeker te zijn. In het onderzoek is navraag gedaan naar de snelheid waarmee de liefhebbers de musea weer verwachten te gaan bezoeken na heropening. Ook is gevraagd naar het verwachte effect van de coronacrisis op de bezoekfrequentie van musea. Verder is gevraagd naar de belemmeringen bij het weer gaan bezoeken van musea en het verwachte inkomenseffect. Het onderzoek heeft geen opdrachtgever.